Weekendtournooi Zwolle.

      Geen reacties op Weekendtournooi Zwolle.

In het weekend van 20 en 21 mei deed ik mee aan het Weekendtournooi in Zwolle. Het weekend ervoor was ik druk met de organisatie van het Weekendtournooi in Assen en kwam ik aan spelen niet toe. In Zwolle zag ik veel schakers die in Assen ook hadden meegedaan, zo ook Osama Sadallah (2017) tegen wie ik zaterdagmorgen moest spelen. In een Trompovski opening lukte het mij niet goed om mijn Koningsloper te ontwikkelen; met pionnen op g7 en e7 stond die Loper daar de hele partij begraven. Ik ging roemloos ten onder. Zaterdagmiddag speelde ik met wit tegen J. van Renswoude (1926) de Engelse aanval van de Scheveningen Siciliaan. Ik wikkelde een beetje bang af naar een eindspel. Mijn ver naar voren geschoven pionnen op de Koningsvleugel bleken te zwak om te behouden. Zwart opende met zijn Loperpaar thematisch de stelling en drong met een Toren mijn stelling binnen. In tijdnood kwam ik misschien een honderdste seconde tekort voor mijn 40e zet. Toen ik mijn 40e zet had uitgevoerd, stond er -15.00 op de digitale klok. Arbiter Hiddo Zuiderweg legde uit dat normaal een zet is voltooid wanneer de zet is uitgevoerd, behalve bij de 40e zet, dan is de zet pas voltooid wanneer de zet is uitgevoerd en ook de klok is ingedrukt. Volgens de reglementen dus 0-1, echter de stelling bleek ook wel verloren. Na een mannenburger bij de Mac Donalds in het centrum van Zwolle besloot ik dat ik wat minder bang moest spelen. In de avondronde speelde ik met wit tegen A. Pauptit (1906) alweer een Siciliaan, ditmaal een Najdorf met 6.Le3 Pg4. Dit systeem had ik wel eens eerder op het bord gehad, maar toen verloor ik omdat ik geen van beide kanten uit durfde te rocheren. Na een analyse met Renze Rietveld bleek de lange rochade best goed speelbaar. Daarom speelde ik de lange rochade in combinatie met het interessante 15.b3!? Deze zet is al eens eerder in een rapidpartij gespeeld door Anand tegen Kasparov. Mijn tegenstander dacht eindeloos lang na over het vervolg, waarschijnlijk probeerde hij deze slecht uitziende zet te weerleggen, later kwijnde hij volgens mij weg bij zijn slechte stelling. Ik won een pion, waarop mijn tegenstander met een fout dameoffer zichzelf in het zwaard stortte; 1-0. Zondagmorgen speelde ik met zwart tegen Ron Flohr (1844). Op het Open NK in Dieren had ik al eens tegen zijn broer gespeeld. Ze zijn héél ver familie van de sterke grootmeester Flohr. In een Engelse partij verdwenen al snel na dubbele fianchetto alle Lopers van het bord. Ik had wel een klein voordeeltje, omdat mijn tegenstander een achtergebleven pion op d3 had. Ik wist deze zwakte niet uit te buiten en na zijn remise-aanbod op zet 27 was de vrede getekend. De laatste ronde speelde ik met wit een Franse partij tegen R.C. Visee (1870). Nu heb ik met het Frans alleen maar slechte ervaringen opgedaan. Tijdens het Noteboom Weekendtoernooi in Leiden werd ik er met 1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 c5 na het ouderwetse 5.Ld2 keihard afgeschoven. Tegen Sjoerd Homminga speelde ik in de interne competitie het scherpe Dg4, maar eigenlijk ligt dit systeem mij niet. Daarom speelde ik met 4.Pge2 een hele rustige variant, waarin volgens Max Euwe wits kansen op openingsvoordeel nihil zijn. Met een zwarte geïsoleerde pion op c5 kreeg ik wel een lange termijn voordeeltje. Met moeite wist ik mijn ontwikkeling te voltooien. Ik creëerde een vrijpion, won een pion, en offerde een kwaliteit. Met een vrijpion op de 7e rij en goede aanvalskansen moest dit toch gewonnen zijn! In tijdnood zag ik zo gauw niet hoe te winnen en herhaalde ik zetten totdat ik de 40e zet had gehaald, tot enig vermaak van het publiek. Na mijn krachtige 41e zet Dd5 gaf mijn tegenstander op; 1-0 Met een eindscore van 3 punten (2,5 punten uit 5 partijen en een bye) en een TPR van 1913 kan ik terugkijken op een goed tournooi.

Paul den Boer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *